Een bedrijf schenken of nalaten aan een volgende generatie kan leiden tot een flinke belastingaanslag. Om te voorkomen dat een onderneming moet worden verkocht om die belasting te kunnen betalen, bestaat de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). De BOR kan ervoor zorgen dat een groot deel van de waarde van een onderneming wordt vrijgesteld van schenk- of erfbelasting. Daar staan wel voorwaarden tegenover. Zo moet sprake zijn van een echte onderneming, moet aan bepaalde bezitstermijnen worden voldaan en moet de opvolger de onderneming na de overdracht voortzetten.
In dit artikel leggen we uit wat de BOR in 2026 inhoudt, wanneer je ervoor in aanmerking komt, hoe hoog de vrijstelling is en waar je bij een bedrijfsoverdracht rekening mee moet houden.
De bedrijfsopvolgingsregeling is een fiscale regeling voor ondernemers die een onderneming schenken of nalaten aan een opvolger. De regeling is onderdeel van de schenk- en erfbelasting. Zonder de BOR kan de ontvanger schenkbelasting betalen bij een schenking of erfbelasting bij een erfenis. De hoogte daarvan hangt onder andere af van de waarde van wat wordt verkregen en de relatie tussen de schenker of erflater en de ontvanger.
De BOR kan een deel van die waarde vrijstellen van schenk- of erfbelasting. Voorwaarde is onder meer dat de onderneming wordt voortgezet. De regeling is dus niet bedoeld als algemene belastingvrije schenking van een bedrijf. Het uitgangspunt is dat een bestaande onderneming daadwerkelijk wordt overgedragen en voortgezet.
Voorbeeld
Een ondernemer heeft een familiebedrijf en wil dit overdragen aan zijn dochter. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de dochter de onderneming met toepassing van de BOR verkrijgen zonder dat over de volledige waarde schenkbelasting hoeft te worden betaald.
De hoogte van de vrijstelling is in 2026 afhankelijk van de waarde van het ondernemingsvermogen. Over de eerste € 1.543.500 van de waarde van de onderneming geldt een vrijstelling van 100%. Over het meerdere geldt een vrijstelling van 75%.
Voorbeeld
Stel dat een onderneming een waarde heeft van € 2.000.000 en de volledige waarde voor de BOR kwalificeert. Over de eerste € 1.543.500 geldt dan een vrijstelling van 100%. Het resterende bedrag van € 456.500 komt voor 75% in aanmerking voor de vrijstelling.
Dat betekent dat € 342.375 van het meerdere is vrijgesteld. Over het resterende deel van € 114.125 kan vervolgens schenk- of erfbelasting verschuldigd zijn.
dit voorbeeld is vereenvoudigd. In de praktijk moet eerst worden vastgesteld welk deel van het vermogen daadwerkelijk kwalificeert voor de BOR en welke waarde voor de regeling moet worden gebruikt.
De BOR is niet voor iedere overdracht van vermogen beschikbaar. Er moet sprake zijn van ondernemingsvermogen en er moet aan verschillende voorwaarden worden voldaan. We bespreken hieronder de belangrijkste voorwaarden.
De onderneming moet een actieve, lopende onderneming zijn. Vermogen dat uitsluitend als belegging wordt aangehouden, valt niet onder de BOR. Dit onderscheid is belangrijk. Een onderneming kan bijvoorbeeld liquide middelen, effecten of vastgoed bezitten. Dat betekent niet automatisch dat al dat vermogen kwalificeert als ondernemingsvermogen. De Belastingdienst stelt expliciet dat beleggingen niet onder de BOR vallen.
Wordt de onderneming tijdens het leven geschonken? Dan moet de verkrijger op het moment van de schenking minimaal 21 jaar oud zijn. Bij een erfenis geldt deze minimumleeftijd niet.
Ook voor de vorige eigenaar geldt een bezitstermijn. Bij schenking moet de schenker de onderneming in beginsel minimaal 5 jaar hebben gehad. Bij vererving geldt in beginsel een bezitstermijn van 1 jaar. Voor oudere ondernemers kan vanaf 2026 een langere bezitstermijn gelden. Daar komen we verderop in dit artikel op terug.
De BOR is gekoppeld aan daadwerkelijke bedrijfsopvolging. De opvolger kan de onderneming dus niet kort na de verkrijging verkopen of beëindigen zonder fiscale gevolgen. Voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 geldt een voortzettingstermijn van 3 jaar. Voor verkrijgingen van vóór 1 januari 2025 geldt het oude termijn van 5 jaar. Bij aandelen betekent dit dat de verkrijger in beginsel minimaal drie jaar aandeelhouder moet blijven en dat de onderneming haar activiteiten gedurende die periode moet voortzetten.
voldoe je tijdens deze periode niet meer aan het voortzettingsvereiste, bijvoorbeeld door verkoop of beëindiging van de onderneming? Dan kan de BOR geheel of gedeeltelijk vervallen en kan alsnog schenk- of erfbelasting verschuldigd zijn.
Een bedrijfsoverdracht met de BOR begint niet bij de aangifte. Je begint idealiter veel eerder met de voorbereiding. Eerst bepaal je wie de onderneming overneemt en hoe je de overdracht wilt regelen. Vervolgens kijk je naar de juridische structuur, de waarde van de onderneming, de samenstelling van het vermogen en de bezitstermijn.
Bij een bv spelen de aandelen en holdingstructuur een belangrijke rol. Bij een eenmanszaak, vof of andere ondernemingsvorm zijn weer andere aspecten relevant. Daarna kun je bepalen welke fiscale regelingen van toepassing zijn en hoe je de overdracht juridisch en fiscaal het beste kunt vormgeven.
Je vraagt de BOR uiteindelijk aan via de aangifte schenkbelasting of erfbelasting. De Belastingdienst adviseert om bij een bedrijfsovername een adviseur in te schakelen, bijvoorbeeld voor het bepalen van de waarde van de onderneming.
Een bedrijfsopvolging vraagt om meer voorbereiding dan alleen het controleren van de BOR-vrijstelling. Wil je controleren of je de belangrijkste punten in beeld hebt? Gebruik dan onze gratis checklist voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Deze checklist is vooral bedoeld als eerste controle. Het afvinken van de punten betekent niet automatisch dat je aan alle voorwaarden van de BOR voldoet.
Download onze handige PDF
Download onze handige PDF
Bij een bedrijfsoverdracht is niet alleen de vraag belangrijk hoeveel het bedrijf waard is. Ook de manier waarop die waarde wordt bepaald is van belang. Bij de BOR wordt onder meer gekeken naar de goingconcernwaarde en de liquidatiewaarde.
De goingconcernwaarde is de waarde van de onderneming als geheel, waarbij de onderneming wordt voortgezet. Hierbij kan bijvoorbeeld ook goodwill een rol spelen.
De liquidatiewaarde is de waarde wanneer de afzonderlijke bedrijfsmiddelen worden gewaardeerd alsof de onderneming wordt beëindigd.
Is de liquidatiewaarde hoger dan de goingconcernwaarde? Dan kan voor de berekening van de BOR de hogere liquidatiewaarde van belang zijn. De Belastingdienst gebruikt deze begrippen ook in de aangifte schenkbelasting. De waardering van een onderneming is daarom een belangrijk onderdeel van een bedrijfsoverdracht. Zeker bij een onderneming met veel goodwill, vastgoed of andere vermogensbestanddelen kan het verschil aanzienlijk zijn.
De bezitseis ziet op de periode waarin de onderneming vóór de overdracht in het bezit was van de schenker of erflater. Het idee achter deze voorwaarde is eenvoudig. De BOR is bedoeld voor een daadwerkelijke bedrijfsopvolging. De regeling moet voorkomen dat iemand vlak voor een schenking of overlijden vermogen omzet in ondernemingsvermogen om vervolgens gebruik te maken van de fiscale vrijstelling.
Daarom moet de onderneming gedurende een bepaalde periode al in bezit zijn geweest. Voor een schenking geldt in beginsel een bezitstermijn van vijf jaar. Bij overlijden geldt in beginsel één jaar. Sinds 2026 zijn daarnaast specifieke regels ingevoerd voor situaties waarin op hoge leeftijd een onderneming wordt gestart of ondernemingsvermogen wordt aangekocht. Dit is onderdeel van de aanpak van zogenoemde rollatorinvesteringen.
Met een rollatorinvestering wordt een situatie bedoeld waarin iemand op hoge leeftijd vermogen omzet in ondernemingsvermogen, bijvoorbeeld door een onderneming te starten of een belang in een onderneming te kopen, met als belangrijk doel om later gebruik te kunnen maken van de BOR. Het kabinet wil hiermee voorkomen dat de BOR wordt gebruikt voor constructies die weinig met een daadwerkelijke bedrijfsopvolging te maken hebben.
Vanaf 2026 kan de bezitstermijn daarom worden verlengd naarmate de schenker of erflater ouder is dan de AOW-leeftijd. De bezitstermijn wordt daarbij met een half jaar verlengd voor ieder jaar dat de leeftijd boven de AOW-leeftijd ligt, met een maximum. Voor overlijden kan de verlenging maximaal vier jaar bedragen. Bij schenking maximaal vijf jaar. Dat betekent bijvoorbeeld dat iemand die op hoge leeftijd een onderneming start niet automatisch na de reguliere bezitstermijn gebruik kan maken van de BOR.
Voor ondernemers die hun onderneming al lange tijd hebben, is dit minder snel een probleem. Het gaat vooral om situaties waarin op latere leeftijd nieuw ondernemingsvermogen wordt gecreëerd of aangekocht.
De BOR is de afgelopen jaren meerdere keren aangepast. In 2026 zijn vooral de volgende wijzigingen relevant:
Langere bezitstermijn bij oudere ondernemers: vanaf een bepaalde leeftijd kan de vereiste bezitstermijn worden verlengd. Dit moet zogenoemde rollatorinvesteringen voorkomen.
Meer ruimte voor herstructurering: onder voorwaarden kunt u de juridische structuur van uw onderneming aanpassen zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de BOR.
Minder ruimte voor dubbel gebruik: de regels zijn aangescherpt om te voorkomen dat hetzelfde ondernemingsvermogen meerdere keren van de BOR gebruikmaakt.
Voortzettingstermijn van drie jaar: voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 geldt een termijn van drie jaar waarin de onderneming moet worden voortgezet.
een eerder aangekondigde eis voor een minimaal belang van 5% is uiteindelijk niet in werking getreden.
Bij een schenking van een onderneming krijgt de opvolger tijdens het leven van de ondernemer het ondernemingsvermogen. De opvolger doet vervolgens aangifte schenkbelasting en kan daarin aangeven dat hij of zij gebruik wil maken van de BOR.
De waarde van het ondernemingsvermogen wordt vastgesteld. Vervolgens wordt bepaald welk deel daarvan voor de BOR kwalificeert. Over het kwalificerende deel kan de vrijstelling worden toegepast. De schenker moet daarbij onder meer voldoen aan de bezitstermijn en de verkrijger moet minimaal 21 jaar zijn. Ook moet de opvolger voldoen aan het voortzettingsvereiste.
De BOR betekent dus niet dat je vooraf simpelweg een aanvraagformulier indient en vervolgens automatisch een vrijstelling krijgt. De toepassing maakt onderdeel uit van de aangifte schenkbelasting.
Bij overlijden kan de onderneming worden verkregen door een erfgenaam. Ook dan kan de BOR worden toegepast. De minimumleeftijd van 21 jaar geldt hier niet. Wel geldt in beginsel een bezitstermijn van één jaar voor de erflater en moet de opvolger de onderneming gedurende de vereiste periode voortzetten. Ook bij een erfenis moet de waarde van het ondernemingsvermogen worden bepaald en moet worden vastgesteld welk deel daadwerkelijk voor de BOR kwalificeert. De BOR kan daarom een belangrijk onderdeel zijn van de planning rondom een familiebedrijf. Het is verstandig om hier niet pas na het overlijden naar te kijken.
Niet al het vermogen van een onderneming komt automatisch in aanmerking voor de BOR. Een onderneming kan bijvoorbeeld een aanzienlijk bedrag op een bankrekening hebben, effecten bezitten of vastgoed aanhouden dat niet voor de bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt. De fiscale behandeling daarvan kan verschillen van het ondernemingsvermogen dat daadwerkelijk nodig is voor de onderneming.
Het uitgangspunt is dat de BOR bedoeld is voor ondernemingsvermogen en niet voor vermogen dat als belegging wordt aangehouden. Bij een bv met een holdingstructuur wordt dit nog belangrijker. Dan moet worden gekeken naar de onderneming, de deelnemingen en de verschillende vermogensbestanddelen binnen de structuur.
Dit is een van de redenen waarom de waardering en fiscale analyse van een onderneming bij een bedrijfsopvolging specialistisch werk kan zijn.
De BOR en de doorschuifregeling worden vaak samen genoemd, maar het zijn verschillende fiscale regelingen. De BOR heeft betrekking op de schenk- en erfbelasting. De regeling kan ervoor zorgen dat een deel van de waarde van je onderneming wordt vrijgesteld van schenk- of erfbelasting.
De doorschuifregeling voor het aanmerkelijk belang, ook wel DSR ab genoemd, heeft betrekking op de inkomstenbelasting. Deze regeling kan er onder voorwaarden voor zorgen dat je niet direct inkomstenbelasting hoeft af te rekenen over een aanmerkelijk belang bij schenking of vererving.
Bij een bedrijfsoverdracht kan het daarom nodig zijn om beide regelingen afzonderlijk te beoordelen. Dat de BOR van toepassing is, betekent dus niet automatisch dat ook alle gevolgen voor de inkomstenbelasting zijn opgelost.
Wat is de BOR?
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is een fiscale regeling waarmee je onder voorwaarden een deel van de waarde van een onderneming kunt vrijstellen van schenk- of erfbelasting.
Hoe hoog is de BOR-vrijstelling in 2026?
In 2026 is de eerste € 1.543.500 van het kwalificerende ondernemingsvermogen volledig vrijgesteld. Over het meerdere geldt een vrijstelling van 75%.
Wie kan gebruikmaken van de BOR?
Je kunt de BOR gebruiken bij het schenken of erven van een onderneming, als je aan de voorwaarden voldoet. Bij schenking moet je minimaal 21 jaar zijn.
Hoe lang moet je de onderneming voortzetten?
Voor ondernemingen die vanaf 1 januari 2025 zijn verkregen, geldt een voortzettingstermijn van drie jaar.
Wat zijn de belangrijkste voorwaarden?
Er moet sprake zijn van een actieve onderneming, er moet aan de bezitstermijn worden voldaan en je moet de onderneming na de overdracht gedurende de vereiste periode voortzetten.
Geldt de BOR ook voor een bv?
Ja. De BOR kan onder voorwaarden worden toegepast bij de overdracht van aandelen in een bv. De exacte voorwaarden zijn afhankelijk van de situatie en structuur.
Kan ik de BOR gebruiken bij een bedrijfsoverdracht binnen mijn familie?
Ja. De BOR kan bijvoorbeeld worden toegepast wanneer je een familiebedrijf aan een kind schenkt of nalaat. De regeling is overigens niet uitsluitend bedoeld voor familiebedrijven.
Vraag ik de BOR vooraf aan?
Nee. Je vraagt de BOR aan via de aangifte schenkbelasting of erfbelasting. Het is wel verstandig om de voorwaarden al vóór de overdracht te laten beoordelen.
Wat gebeurt er als ik niet meer aan de voorwaarden voldoe?
Als je tijdens de voortzettingsperiode niet meer aan de voorwaarden voldoet, kan de BOR geheel of gedeeltelijk vervallen. Je kunt dan alsnog schenk- of erfbelasting verschuldigd zijn.
Is de BOR hetzelfde als de doorschuifregeling?
Nee. De BOR heeft betrekking op de schenk- en erfbelasting. De doorschuifregeling heeft betrekking op de inkomstenbelasting. Bij een bedrijfsoverdracht kunnen beide regelingen relevant zijn.
De BOR kan een groot fiscaal voordeel opleveren, maar alleen als je aan alle voorwaarden voldoet. Een bedrijfsoverdracht vraagt daarom om een goede voorbereiding. Je boekhouder kan helpen om je financiële situatie en administratie in kaart te brengen. Voor de fiscale uitwerking van de BOR is het verstandig om ook een fiscalist of belastingadviseur in te schakelen.
Ga je binnenkort je onderneming schenken of overdragen? Begin dan op tijd met het in kaart brengen van de mogelijkheden en voorwaarden.